ECLI:NL:CRVB:2008:BD9221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing beroep tegen UWV-besluit inzake arbeidsongeschiktheid en beperkingen
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin haar arbeidsongeschiktheid en beperkingen werden beoordeeld. De rechtbank had dit beroep eerder ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat het onderzoek van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was en dat de door appellante overgelegde medische informatie onvoldoende was om het oordeel te wijzigen.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij psychische klachten en andere gezondheidsproblemen heeft, waaronder coeliakie en depressieve symptomen, die niet adequaat zijn meegenomen in de beoordeling. Zij overlegt medische informatie en een rapport van een verzekeringsarts ter onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep stelt echter vast dat deze nieuwe argumenten geen objectieve medische gegevens bevatten die het eerdere oordeel van de verzekeringsartsen ondermijnen. De Raad sluit zich aan bij het oordeel dat appellante op de datum in geding de voorgestelde functies kan verrichten, mede gezien de aard van het werk en de mogelijkheden tot afwisseling in houding.
Het beroep op een eerdere uitspraak inzake verkorte wachttijd wordt eveneens verworpen omdat die situatie niet vergelijkbaar is. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.