ECLI:NL:CRVB:2008:BD7491
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke woonverblijfssituatie
Appellante diende op 8 april 2005 een aanvraag om bijstand in, welke door het College werd afgewezen vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding. Een tweede aanvraag op 5 juli 2005 werd eveneens afgewezen wegens onvoldoende verstrekte informatie over haar woonverblijf.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij niet hoefde aan te tonen dat zij woonachtig was op het opgegeven adres, maar de Raad oordeelde dat in een aanvraagsituatie juist van haar werd verlangd dat zij haar woonsituatie helder maakte met objectieve feiten.
De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat appellante niet slaagde in deze bewijslevering. Bezoeken aan het opgegeven adres toonden aan dat de woning te koop stond en dat appellante er niet aanwezig was, en foto’s van het interieur konden niet worden toegerekend aan de relevante periode. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de aanvraag en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat appellante woonachtig was op het opgegeven adres.