ECLI:NL:CRVB:2007:BA6868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoenmaker
- B.J. van der Net
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstandsuitkering wegens onduidelijke woonsituatie niet gegrond
Appellante ontving sinds 1996 bijstand, voortgezet onder de WWB vanaf 2004. Naar aanleiding van een anonieme melding over haar woonsituatie startte het College een onderzoek. Tijdens een huisbezoek op 28 oktober 2005 werd een persoon, betrokkene, aangetroffen in haar woning. Het College concludeerde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden en trok de bijstand per 28 oktober 2005 in.
De voorzieningenrechter vernietigde het besluit van het College, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellante ging hiertegen in hoger beroep. De Raad stelde vast dat het College onvoldoende onderzoek had gedaan na het huisbezoek en dat het niet aannemelijk was dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden.
De Raad vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter voor zover deze de rechtsgevolgen in stand liet, herroept de besluiten van het College en veroordeelt het College tot vergoeding van de door appellante gemaakte proceskosten. Tevens moet het College het betaalde griffierecht aan appellante vergoeden.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt herroepen wegens onvoldoende bewijs van schending van de inlichtingenplicht.