ECLI:NL:CRVB:2008:BD7473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting na beëindiging verblijfsprocedure
Appellant, afkomstig uit Congo, had meerdere verzoeken tot verblijf en bijstand ingediend, waarvan de verblijfsaanvraag uiteindelijk definitief werd afgewezen op 27 januari 2004. Ondanks deze afwijzing ontving appellant bijstand over de periode van 27 januari 2004 tot en met 28 februari 2005. Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam stelde dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door het College niet tijdig te informeren over het definitieve einde van de verblijfsprocedure.
Het College schortte daarom het recht op bijstand op en trok deze bijstand vervolgens in, met terugvordering van de kosten over de genoemde periode. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellant terecht was aangesproken op zijn inlichtingenverplichting op grond van artikel 17 WWB Pro en dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Ook het beleid van het College omtrent intrekking en terugvordering werd als redelijk beoordeeld. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting worden bevestigd.