ECLI:NL:CRVB:2008:BD6313
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na instemming met ontslag
Appellante was sinds 2000 werkzaam bij de politieregio en werd in 2003 herplaatst vanwege een reorganisatie. Na een periode van ziekte en bezwaar tegen haar nieuwe functie, stemde zij in met een voorstel van de werkgever om ontslag te nemen, gecombineerd met tijdelijke tewerkstelling. De WW-uitkering werd geweigerd omdat zij verwijtbaar werkloos werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat de functie passend was en dat er geen medische noodzaak was om ontslag te nemen. Appellante voerde hoger beroep aan met het argument dat zij onder druk akkoord was gegaan en dat de werkzaamheden haar gezondheid schaadden.
De Raad overweegt dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij onder druk stond en dat zij onvoldoende pogingen heeft gedaan om haar bezwaar tegen het plaatsingsbesluit voort te zetten. De bedrijfsarts verklaarde haar voor 60% hersteld en adviseerde actief naar ander werk te zoeken. De Raad bevestigt dat voortzetting van de dienstbetrekking redelijkerwijs van haar kon worden verlangd en dat het Uwv terecht de uitkering heeft geweigerd.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt geweigerd omdat appellante verwijtbaar werkloos is geworden door in te stemmen met ontslag zonder dat voortzetting van de dienstbetrekking redelijkerwijs niet van haar kon worden verlangd.