ECLI:NL:CRVB:2008:BD5641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering bijstand wegens onvolledige woonsituatie-inlichtingen
Appellant vroeg bijstand aan bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en verstrekte daarbij onvolledige informatie over zijn woonsituatie. Naar aanleiding hiervan bezocht de gemeente Utrecht zijn opgegeven woonadres op 3 maart 2006 en wees de aanvraag af wegens niet-nakoming van de inlichtingenplicht. Appellant deed een hernieuwde aanvraag die aanvankelijk buiten behandeling werd gesteld, maar later alsnog werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond en vernietigde dit, maar handhaafde het tweede besluit. In hoger beroep bevestigde de Raad dat appellant destijds zijn inlichtingenplicht niet nakwam en dat het huisbezoek gerechtvaardigd was. Echter, voor de periode vanaf 4 maart 2006 stelde de Raad vast dat appellant nadere gegevens over zijn woonsituatie verstrekte die niet waren geverifieerd door een nieuw huisbezoek.
Omdat het College dit nagelaten had, oordeelde de Raad dat het besluit van 1 augustus 2006 niet in stand kon blijven voor zover bijstand werd geweigerd vanaf 4 maart 2006. Het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant voor het geding betreffende het besluit van 1 augustus 2006.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van bijstand vanaf 4 maart 2006 wordt vernietigd en het College dient een nieuw besluit te nemen.