ECLI:NL:CRVB:2008:BD3519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en overschrijding vermogensgrens
Appellante ontving vanaf april 2001 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een melding van de belastingdienst over rente-inkomsten op een niet gemelde bankrekening, startte het College een onderzoek. Dit leidde tot intrekking van de bijstand vanaf januari 2005 en terugvordering van de bijstandskosten over de periode 2001-2004. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van het College, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep staat vast dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden door het niet melden van de bankrekening en dat zij beschikte over een vermogen boven de vrij te laten grens. De Raad oordeelt dat het College op grond van artikel 58 WWB Pro bevoegd was tot terugvordering van de bijstandskosten. Intering op het vermogen is niet aan de orde bij terugvordering wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De Raad vindt het beleid van het College om in beginsel volledige terugvordering toe te passen niet onredelijk en wijst de door appellante aangevoerde dringende redenen af. Ook matiging op grond van artikel 4:84 Awb Pro is niet gerechtvaardigd. De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak voor zover deze is aangevochten en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting en overschrijding van de vermogensgrens zonder matiging.