ECLI:NL:CRVB:2008:BD2368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuist opgegeven woonadres
Appellant ontving bijstand over meerdere periodes, maar het College vermoedde dat hij niet woonachtig was op het opgegeven adres te Zierikzee. Na onderzoek, waaronder een huisbezoek en getuigenverklaring van de hoofdbewoner, concludeerde het College dat appellant onjuiste informatie had verstrekt over zijn woonadres.
Hierop werd de bijstand met ingang van 28 oktober 2002 ingetrokken en de kosten over die periode teruggevorderd. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, maar zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het College terecht handelde. De Raad stelde vast dat appellant een zwervend bestaan leidde en niet daadwerkelijk op het opgegeven adres verbleef.
De Raad bevestigde dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen op grond van de WWB. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de terugvordering van de kosten worden bevestigd wegens onjuist opgegeven woonadres.