ECLI:NL:CRVB:2008:BD0861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking en onduidelijke woonsituatie
Appellante ontving een bijstandsuitkering en beviel in augustus 2004 van een tweeling. Door ziekenhuisopname van haar kinderen verbleef zij tijdelijk bij familie in een andere woonplaats. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam vroeg haar meerdere keren om nadere gegevens over haar verblijf en woonsituatie, waaronder gegevens van haar zus die haar verzorgde. Appellante weigerde deze gegevens te verstrekken en verscheen niet op afspraken, waarna het College haar bijstand opschortte en uiteindelijk introk op grond van artikel 54 WWB Pro.
Appellante diende een nieuwe aanvraag in, maar het College wees deze af vanwege onvoldoende duidelijkheid over haar feitelijke verblijfplaats. De rechtbank verklaarde haar beroepen ongegrond. In hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank over de grondslag van de intrekking, maar bevestigt inhoudelijk de intrekking en afwijzing. De Raad oordeelt dat appellante verwijtbaar heeft verzuimd de gevraagde gegevens te verstrekken, waardoor het College het recht had de bijstand in te trekken.
De Raad benadrukt het belang van juiste en volledige informatie over de woon- en leefsituatie bij de beoordeling van het recht op bijstand. Omdat appellante onvoldoende duidelijkheid gaf over haar feitelijke verblijfplaats, kon het College het recht op bijstand niet vaststellen en was afwijzing van de aanvraag terecht. De proceskosten worden niet aan een van beide partijen toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd en de aanvraag afgewezen wegens onvoldoende medewerking en onduidelijke woonsituatie.