ECLI:NL:CRVB:2008:BD0251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens onduidelijkheid over kasstortingen
Appellant ontving bijstand naast inkomsten uit werkzaamheden, maar de uitkering werd ingetrokken wegens onduidelijkheid over kasstortingen op zijn bankrekening tussen september 2003 en mei 2005. Appellant gaf wisselende verklaringen over de herkomst van deze stortingen, die niet verifieerbaar waren.
Na intrekking vroeg appellant opnieuw bijstand aan, maar het College wees de aanvraag af vanwege onvoldoende bewijs van gewijzigde omstandigheden en onduidelijkheid over kasstortingen na mei 2005. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wat appellant in hoger beroep aanvocht.
De Raad overwoog dat appellant geen rechtsmiddel had aangewend tegen de intrekking en dat hij onvoldoende had aangetoond dat hij nu wel aan de voorwaarden voor bijstand voldeed. De wisselende en niet-verifieerbare verklaringen, het ontbreken van bankafschriften over een belangrijke periode en het feit dat een andere gemeente wel bijstand toekende, deden hieraan niet af. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd vanwege onvoldoende duidelijkheid over kasstortingen.