ECLI:NL:CRVB:2008:BC9332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep en vernietiging besluit intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende motivering
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het Dagelijks Bestuur stelde vast dat appellant sinds 3 juli 2003 een auto op zijn naam had staan, waardoor het vermogen boven de vrij te laten grens uitkwam. Op basis hiervan werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd.
Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit in haar uitspraak. In hoger beroep stelde appellante dat zij ook betrokken was, maar de Raad oordeelde dat zij geen beroep had ingesteld en verklaarde haar hoger beroep niet-ontvankelijk.
Het hoger beroep van appellant werd gegrond verklaard omdat het besluit van 27 januari 2006 onvoldoende gemotiveerd was. De Raad vernietigde het besluit en bepaalde dat het Dagelijks Bestuur een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Tevens werd het Dagelijks Bestuur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is niet-ontvankelijk verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering is vernietigd wegens onvoldoende motivering.