ECLI:NL:CRVB:2008:BC8447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen aanmaning studiefinancieringslening
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen een aanmaning van de IB-Groep om achterstallige termijnen van haar rentedragende studiefinancieringslening te betalen. De IB-Groep verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de aanmaning geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de aanmaning privaatrechtelijk van aard is en geen publiekrechtelijke rechtshandeling betreft.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel bevestigd. De Raad overwoog dat de Awb alleen bezwaar toestaat tegen schriftelijke besluiten van bestuursorganen die publiekrechtelijke rechtshandelingen zijn. Aangezien de aanmaning geen gebruik maakt van een bijzondere bestuursrechtelijke grondslag, maar een privaatrechtelijke bevoegdheid betreft, is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad zag geen reden om proceskosten toe te wijzen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Hiermee is het bezwaar tegen de aanmaning definitief afgewezen en blijft de betalingsverplichting van appellante onverminderd bestaan.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de aanmaning is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.