ECLI:NL:CRVB:2008:BC7893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en overschrijding vermogensgrens
Appellante ontving bijstand vanaf 1998, eerst op grond van de Abw en vanaf 2004 op grond van de WWB. Na een melding van de belastingdienst over rente-inkomsten op niet gemelde bankrekeningen startte de gemeente een onderzoek, waarna de bijstand over de periode 1999-2004 werd ingetrokken en teruggevorderd wegens overschrijding van de vermogensgrens.
De rechtbank oordeelde dat het College ten onrechte artikel 17 WWB Pro toepaste in plaats van artikel 65 Abw Pro en verklaarde het bezwaar ongegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit grotendeels in stand. In hoger beroep bevestigt de Raad dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden door het niet melden van bankrekeningen en dat haar analfabetisme en taalachterstand dit niet rechtvaardigen.
De Raad beperkt de intrekking tot de maanden december 1999, oktober 2000 en de periode van juni 2001 tot november 2004, omdat voor de overige maanden geen overschrijding van de vermogensgrens is vastgesteld. De terugvordering van €15.038,08 wordt bevestigd. Appellante wordt niet vrijgesteld van terugvordering wegens haar persoonlijke omstandigheden. De Raad veroordeelt het College in de proceskosten en bepaalt vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd voor de periode december 1999, oktober 2000 en juni 2001 tot november 2004, met herroeping voor de overige maanden.