ECLI:NL:CRVB:2008:BC6703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum loongerelateerde WW-uitkering en bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding
Appellant was sinds 6 januari 2003 in dienst bij een werkgever die op 29 september 2004 failliet werd verklaard. De curator zegde de arbeidsovereenkomst op 22 februari 2005 op. Appellant vroeg een loongerelateerde WW-uitkering aan, die met ingang van 6 april 2005 werd toegekend. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt met het argument dat de opzegging eerder had moeten plaatsvinden, waardoor de uitkering eerder had moeten ingaan.
De rechtbank vernietigde het besluit over het dagloon, maar verklaarde het bezwaar tegen de ingangsdatum van de uitkering en tegen een tweede besluit niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het bezwaar tegen het tweede besluit ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard, omdat het UWV het besluit niet tijdig aan de gemachtigde had toegezonden, waardoor de bezwaartermijn niet correct was gestart.
De Raad bevestigt dat de ingangsdatum van de loongerelateerde WW-uitkering terecht op 6 april 2005 is gesteld, omdat Hoofdstuk IIA van de WW geen mogelijkheid biedt om een eerdere opzegdag aan te wijzen. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten en moet opnieuw op het bezwaar tegen het tweede besluit beslissen.
Uitkomst: De ingangsdatum van de loongerelateerde WW-uitkering is bevestigd op 6 april 2005, maar het bezwaar tegen het tweede besluit wordt gegrond verklaard en het UWV moet opnieuw beslissen.