ECLI:NL:CRVB:2008:BC5402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende motivering en onduidelijke woon- en leefsituatie
Betrokkene en zijn echtgenote ontvingen een bijstandsuitkering op grond van de WWB. Na een onderzoek en huisbezoek door de gemeente Rotterdam werd het recht op bijstand ingetrokken en teruggevorderd wegens onduidelijkheid over hun financiële situatie en woon- en leefsituatie.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar de gemeente ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het primaire besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat de intrekking niet gebaseerd kon worden op een nieuwe grondslag zonder voldoende kennisname en reactie van betrokkene.
De Raad stelde vast dat de gemeente niet aannemelijk had gemaakt dat betrokkene onjuiste informatie had verstrekt. De bevindingen van het huisbezoek rechtvaardigden slechts nader onderzoek, dat niet had plaatsgevonden. Daarom werd het besluit van 23 februari 2005 herroepen en het besluit van 9 augustus 2006 vernietigd. Tevens werd de gemeente veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand wordt vernietigd en herroepen wegens onvoldoende motivering en bewijs.