ECLI:NL:CRVB:2008:BC5290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht en overschrijding vermogensgrens
Appellant ontving bijstand naast een WAO-uitkering en werd geconfronteerd met een onderzoek van het College naar zijn vermogen. Het College beëindigde de bijstand per 23 juni 2005 vanwege een overschrijding van de vermogensgrens, gebaseerd op een banksaldo van € 8.257,02 op een rekening die appellant niet had gemeld.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen de besluiten van het College ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden door het niet melden van bankrekeningen en dat het saldo terecht als vermogen is aangemerkt, omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het spaargeld tijdens de bijstand is opgebouwd.
De Raad vernietigt het besluit over het bezwaar tegen de afwijzing van de nieuwe bijstandsaanvraag, omdat het College ten onrechte artikel 4:6 Awb Pro toepaste. De aanvraag betrof een nieuwe periode na intrekking, waarvoor appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij aan de voorwaarden voldoet. De afwijzing van de nieuwe aanvraag blijft daarom in stand.
Het College wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De uitspraak bevestigt het besluit tot intrekking van de bijstand, vernietigt het besluit over het bezwaar tegen de afwijzing van de nieuwe aanvraag en handhaaft de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt bevestigd, het besluit over het bezwaar tegen de afwijzing van de nieuwe aanvraag wordt vernietigd, en het College wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.