ECLI:NL:CRVB:2008:BC5288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Herziening veronderstelde ouderlijke bijdrage en terugvordering studiefinanciering
De zaak betreft een hoger beroep van de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (IB-Groep) tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht die het bezwaar van betrokkene tegen een herzieningsbesluit over de veronderstelde ouderlijke bijdrage bij studiefinanciering gegrond verklaarde.
De IB-Groep had de aanvullende beurs van betrokkene over 2005 herzien, waarbij de veronderstelde ouderlijke bijdrage van de vader werd vastgesteld op een bedrag van €202,27 tot €203,08 per maand, en een terugvordering van te veel betaalde toelage van €2.430,48 werd opgelegd. De rechtbank oordeelde dat het besluit op bezwaar onvoldoende was gemotiveerd en dat de belangenafweging ontbrak.
De Centrale Raad van Beroep stelt dat de IB-Groep bevoegd is om op grond van artikel 7.1, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000) de veronderstelde ouderlijke bijdrage te herzien indien deze op basis van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens te hoog of te laag is vastgesteld. De Raad oordeelt dat de IB-Groep in redelijkheid volledig van deze bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken en dat de motivering van het besluit toereikend is.
Verder benadrukt de Raad dat de veronderstelde ouderlijke bijdrage een rekeneenheid is en geen afdwingbare verplichting tot betaling inhoudt. Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het herzieningsbesluit van de IB-Groep bevestigd.