ECLI:NL:CRVB:2008:BC3538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond die het beroep tegen het besluit van het UWV tot weigering van een WAZ-uitkering ongegrond verklaarde. Het UWV had geweigerd een WAZ-uitkering toe te kennen na afloop van de wettelijke wachttijd van 52 weken, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 25% werd geschat.
De rechtbank had geoordeeld dat het medische onderzoek door het UWV zorgvuldig en volledig was en dat de geselecteerde functies passend waren, waardoor de waardering van de arbeidsongeschiktheid juist was. Appellante stelde in hoger beroep dat zij voor alle genoemde werkzaamheden minder valide was, onderbouwd met een rapport van een chiropractor.
De Raad oordeelde echter dat het rapport van de chiropractor geen nieuwe feiten bevatte die tot zwaardere beperkingen leidden. De belasting van de geselecteerde functies overschrijdt de belastbaarheid van appellante niet. De vergelijking van het maatmaninkomen met het loon dat zij nog kan verdienen, resulteert in een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%, waardoor geen recht op WAZ-uitkering bestaat. Het hoger beroep wordt verworpen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAZ-uitkering bevestigd.