ECLI:NL:CRVB:2008:BC1318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens juiste vaststelling beperkingen bij fibromyalgie
Appellante ging in hoger beroep tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, welke per 1 oktober 2003 was vastgesteld. De rechtbank Amsterdam had het beroep ongegrond verklaard omdat het UWV voldoende en juiste gegevens had gebruikt om de beperkingen van appellante vast te stellen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij meer klachten had en dat het Jan van Breemeninstituut de diagnose fibromyalgie had gesteld. Zij overhandigde een brief van een fysiotherapeut ter ondersteuning van haar standpunt dat zij meer beperkingen zou hebben dan aangenomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze aanvullende medische informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel. De bezwaarverzekeringsarts had rekening gehouden met de diagnose en de fysiotherapeut gaf geen andere inzichten dan het instituut. Verdergaande beperkingen waren niet objectief vast te stellen.
De Raad bevestigde dat appellante met de aangenomen beperkingen in staat was de geduide functies te verrichten en wees het hoger beroep af. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de beperkingen juist zijn vastgesteld.