ECLI:NL:CRVB:2007:BB7017
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen WAO-uitkeringsherziening en geschiktheid functies
Appellante stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake de herziening van haar WAO-uitkering. De rechtbank had het beroep tegen een besluit van het UWV ongegrond verklaard. Tijdens het hoger beroep nam het UWV een gewijzigd standpunt in en kende een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse toe.
Appellante voerde aan dat de medische beoordeling onvolledig en onjuist was, met name ten aanzien van haar psychische klachten en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De Raad oordeelde echter dat de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig en uitgebreid onderzoek had verricht en dat de medische grondslag van het besluit standhield.
Verder stelde appellante dat bepaalde functies ongeschikt waren. De Raad vond de onderbouwing van de bezwaararbeidsdeskundigen voldoende en achtte appellante geschikt voor de functies acquisiteur, chauffeur bijzonder vervoer en productiemedewerker confectie.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk, het beroep tegen het besluit ongegrond en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het bestreden besluit is ongegrond verklaard.