ECLI:NL:CRVB:2012:BW0813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid ondanks CVS-klachten
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, berekend op 80-100% arbeidsongeschiktheid, in te trekken per 23 september 2009 omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens het UWV minder dan 15% bedroeg. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond voor wat betreft de ingangsdatum van de intrekking, maar oordeelde dat de uitkering terecht was ingetrokken omdat appellante in staat werd geacht de voor haar geselecteerde functies te vervullen.
Appellante voerde aan dat haar beperkingen, met name door het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), onderschat waren en dat het verzekeringsgeneeskundig protocol CVS niet was gevolgd. Zij overlegde medische informatie van diverse specialisten ter onderbouwing. De Raad overwoog dat een geneeskundig protocol slechts een hulpmiddel is en dat het niet vereist is dat alle aandachtspunten uit het protocol in het rapport worden besproken.
De Raad achtte het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet onzorgvuldig, omdat de artsen rekening hielden met de vermoeidheidsklachten en andere beperkingen. De medische informatie overgelegd in hoger beroep, gebaseerd op onderzoeken na de datum in geding, bracht geen aanleiding tot een ander oordeel. De Raad concludeerde dat appellante in staat is de geduide functies te verrichten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat de intrekking van de uitkering terecht is.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.