ECLI:NL:CRVB:2007:BB5467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en gerechtvaardigd huisbezoek
Appellant ontving bijstand vanaf april 2003 en werd in het kader van reïntegratieonderzoek meerdere malen schriftelijk opgeroepen door RIO Zaanstreek, waarop hij niet reageerde. Het College van burgemeester en wethouders van Zaanstad twijfelde aan de juistheid van het opgegeven woonadres en voerde op 16 februari 2005 een onaangekondigd huisbezoek uit, waarbij appellant niet aanwezig was. Een medebewoner verklaarde dat appellant dat adres slechts als postadres gebruikte.
Het College trok de bijstand per 1 februari 2005 in wegens schending van de inlichtingenverplichting. Zowel de rechtbank Haarlem als de Raad oordeelden dat het huisbezoek een gerechtvaardigde inbreuk op het huisrecht vormde, gelet op de herhaalde niet-reactie van appellant en de noodzaak om de woongegevens te verifiëren. Het bewijs verkregen door het huisbezoek werd niet als onrechtmatig beschouwd.
De Raad stelde vast dat appellant geen feitelijk woonadres had op het opgegeven adres en dat het College op grond van de WWB bevoegd was de bijstand in te trekken. De gedragslijn van het College om bij schending van de inlichtingenverplichting de bijstand in te trekken werd als redelijk beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting en gerechtvaardigd huisbezoek.