ECLI:NL:CRVB:2007:BB3921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstand wegens erfdeel aanspraak vanaf overlijdensdatum erflater
Betrokkene ontving bijstand van 1994 tot 2005. Na het overlijden van haar vader op 23 februari 2002, die een testament met langstlevendenbeding had, ontving zij in 2004 een bedrag uit de nalatenschap na een schikking met de weduwe. Appellant, de Sociale Dienst Drechtsteden, vorderde terugbetaling van bijstandskosten over de periode vanaf het overlijden tot de uitbetaling.
De rechtbank oordeelde dat aanspraken op de erfenis pas ontstonden bij het daadwerkelijk doen van een beroep op de legitieme portie, en verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat de aanspraak op het erfdeel vanaf het overlijden ontstond, ongeacht het moment van uitbetaling.
De Raad bevestigde dat de aanspraken op een erfdeel ontstaan op de datum van overlijden van de erflater, ook als de uitbetaling later plaatsvindt. Hierdoor kan terugvordering van bijstand over die periode plaatsvinden. Het beleid van appellant om terug te vorderen tenzij dringende redenen bestaan, werd als redelijk beoordeeld. Betrokkene kon geen beroep doen op het vertrouwensbeginsel. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand over de periode vanaf het overlijden van de erflater tot de uitbetaling van het erfdeel is rechtsgeldig verklaard.