ECLI:NL:CRVB:2007:BA6590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering en overschrijding redelijke termijn met schadevergoeding
Appellante meldde zich ziek in 1997 en kreeg aanvankelijk geen recht op ziekengeld. Na bezwaarprocedures werd haar alsnog een Ziektewet-uitkering toegekend tot september 1998, waarna zij een WAO-uitkering aanvroeg. Het UWV weigerde deze uitkering per besluit van juni 2004, stellende dat zij geschikt was voor haar eigen werk als inpakster en andere functies.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond ondanks overschrijding van de wettelijke beslistermijn, omdat de toegang tot de rechter niet onredelijk lang was belemmerd. De Centrale Raad oordeelt anders en stelt vast dat de redelijke termijn van artikel 6 EVRM Pro is overschreden, met name door de 15 maanden die het UWV nodig had om op bezwaar te beslissen.
De Raad bevestigt dat het medische oordeel van het UWV juist is en dat appellante geschikt is voor een aantal functies die qua belasting en inkomen vergelijkbaar zijn met haar vroegere werk. De jurisprudentie over uitlooptermijnen is niet van toepassing omdat het hier geen lopende uitkering betreft. De Raad kent appellante een schadevergoeding van €500 toe wegens de termijnoverschrijding en veroordeelt het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens overschrijding redelijke termijn en het UWV wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.