ECLI:NL:CRVB:2007:BA5607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering en weigering ZW-uitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellant, een voormalig produktiemedewerker, viel uit wegens linker elleboog- en polsklachten en ontving een WAO-uitkering. Na herbeoordeling concludeerden medische en arbeidsdeskundige rapporten dat appellant geschikt was voor meerdere functies, waardoor de WAO-uitkering werd ingetrokken. Appellant maakte bezwaar en voerde onder meer psychische klachten aan, maar deze werden niet voldoende onderbouwd.
Tegelijkertijd werd een Ziektewetuitkering geweigerd omdat appellant niet ongeschikt werd geacht voor zijn arbeid. De Raad overwoog dat onder 'zijn arbeid' de laatstelijk feitelijk verrichte arbeid wordt verstaan, en dat appellant geschikt werd geacht voor functies die in het kader van de WAO-beoordeling waren vastgesteld.
De Raad vond geen aanleiding om het medisch onderzoek of de beoordeling van de arbeidsdeskundigen onvoldoende zorgvuldig te achten. Ook het beroep op aanvullende medische informatie en het inschakelen van een psychiatrisch deskundige slaagde niet. De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering en de weigering van de Ziektewetuitkering worden bevestigd omdat appellant geschikt is voor meerdere functies.