ECLI:NL:CRVB:2003:AH8580
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- W.M. Levelt-Overmars
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten bij berekening resterende verdiencapaciteit
In deze zaak staat centraal de vraag of bij de berekening van de resterende verdiencapaciteit van een arbeidsongeschikte de drie functies met de hoogste uurloonwaarde moeten worden gebruikt, ook als deze niet allemaal volgens stap 1 van het Besluit Uurloonschatting 1999 (BUS) zijn geselecteerd.
De rechtbank Breda had het besluit van het UWV vernietigd omdat zij van oordeel was dat alleen functies geselecteerd via stap 1 voor de schatting in aanmerking mochten komen. Het UWV stelde echter dat het beleid en de uitvoering in lijn zijn met het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten, waarbij de drie functies met de hoogste uurloonwaarde bepalend zijn, ongeacht de stappenvolgorde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV met zijn beleid recht doet aan het voorschrift dat algemeen geaccepteerde arbeid wordt meegenomen waarmee betrokkene per uur het meest kan verdienen. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Tevens merkt de Raad op dat de striktere stappenvolgorde in het BUS niet bindend is voor de praktijk zoals deze door het UWV wordt gevolgd.
Er zijn geen grieven aangevoerd tegen het medisch aspect van de beoordeling noch tegen de beheersing van de Nederlandse taal, zodat de Raad zich daarbij aansluit bij de rechtbank. Het besluit van het UWV blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het UWV ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.