ECLI:NL:CRVB:2003:AF5572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering na afname arbeidsongeschiktheid en toepassing schattingsbesluit
Gedaagde was arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 25 tot 35%, maar de WAO-uitkering werd ingetrokken omdat de arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. De rechtbank had het bezwaar van gedaagde gegrond verklaard en het besluit vernietigd vanwege onjuiste toepassing van het schattingsbesluit, met name over het aantal arbeidsplaatsen bij de functie van samensteller printplaten.
In hoger beroep stelt appellant dat de gebruikte functiebestandscodes (fb-codes) correct zijn toegepast en dat de combinatie van voltijdse en deeltijdse functies binnen de bandbreedte van het Besluit uurloonschatting (BUS) toelaatbaar is. De Raad bevestigt dat de medische beoordeling correct is en dat het psychologisch rapport geen aanleiding geeft tot twijfel over de beperkingen.
De Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de deeltijdse functies buiten beschouwing heeft gelaten en dat de combinatie van voltijdse en deeltijdse functies met dezelfde beloning een acceptabele grondslag vormt voor de schatting van de resterende verdiencapaciteit. De Raad bevestigt dat het beleid van appellant conform het Schattingsbesluit WAO, WAZ en Wajong wordt toegepast en vernietigt het vonnis van de rechtbank.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering, waarmee gedaagde minder dan 15% arbeidsongeschikt wordt geacht. De uitspraak benadrukt de juiste toepassing van het BUS en de juridische kaders bij het vaststellen van arbeidsongeschiktheid en verdiencapaciteit.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.