ECLI:NL:CRVB:2007:BA4461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkeringsbesluit na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als leidster kinderopvang, viel in oktober 2000 uit wegens vermoeidheidsklachten. Na een beoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde het UWV vast dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was en wees een WAO-uitkering af.
Na bezwaar en beroep, waarbij aanvullende medische informatie en een onderzoek door revalidatiearts Vorsteveld werden ingebracht, stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid bij een nieuw besluit vast op 25-35% met een urenbeperking. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij geheel niet kon werken en dat de beperkingen onvoldoende waren erkend. De Raad hechtte beslissende waarde aan het deskundigenrapport van Vorsteveld, dat de belastbaarheid bevestigde met een begeleide werkhervatting en urenbeperking. De Raad oordeelde dat het UWV de geschiktheid voor functies voldoende had aangetoond en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV dat appellante recht heeft op een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 25-35%.