ECLI:NL:CRVB:2007:BA4303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Gehanteerde maatstaf voor vaststelling duur bevallingsverlof volgens WAZO
Betrokkene trad in 2000 in dienst als managementassistente en was vanaf april 2004 gedeeltelijk arbeidsongeschikt vanwege zwangerschap. Zij werkte twee dagen per week en ontving voor de overige dagen een Ziektewetuitkering (ZW). Na haar bevalling in juli 2004 ontving zij een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg (WAZO) voor zwangerschaps- en bevallingsverlof.
De werkgever (appellant) stelde dat alleen niet-gewerkte dagen in de zesde en vijfde week voorafgaand aan de vermoedelijke bevallingsdatum als zwangerschapsverlof dienden te worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat alleen die niet-gewerkte dagen meetelden, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat ook de dagen waarop betrokkene werkte en ZW-uitkering ontving als zwangerschapsverlof moeten worden beschouwd.
De Raad benadrukte dat de systematiek van de Ziektewet bepaalt dat betrokkene recht had op ZW-uitkering over alle dagen van volledige arbeidsongeschiktheid, ongeacht gedeeltelijk werken en loonontvangst. De Raad verwierp de stelling dat het toekennen van 50% uitkering over gewerkte dagen betekent dat deze dagen niet als verlofdagen gelden.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. Tevens wees de Raad op het ontbreken van schriftelijke toezeggingen van het UWV en vond geen grond voor willekeur of vooringenomenheid in de besluitvorming.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak vernietigd.