ECLI:NL:CRVB:2007:BA2860
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo die het besluit tot weigering van een WAO-uitkering aan betrokkene vernietigde. De weigering was gebaseerd op de conclusie dat betrokkene op de peildatum minder dan 15% arbeidsongeschikt was.
De Raad beoordeelde het gebruik van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) als ondersteunend bij de vaststelling van arbeidsongeschiktheid. Hoewel het systeem in beginsel aanvaardbaar is, vertoonde het onvolkomenheden die zwaardere motiveringsvereisten stelden aan schattingsbesluiten zolang het systeem niet was aangepast. De Raad concludeerde dat de aanpassingen aan het CBBS sinds 1 juli 2005 deze tekortkomingen voldoende hebben opgeheven.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit aanvankelijk onvoldoende was gemotiveerd, maar dat met de door appellant ingediende aanvullende arbeidskundige rapportage de motivering alsnog deugdelijke onderbouwing kreeg. Hierdoor was de vernietiging van het besluit door de rechtbank terecht, maar konden de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven volgens artikel 8:72 lid 3 Awb Pro.
De Raad legde tevens vast dat signaleringen met een G in het CBBS altijd van een afzonderlijke toelichting moeten worden voorzien en dat in voorkomende gevallen overleg met een verzekeringsarts noodzakelijk is. Het hoger beroep van appellant werd gegrond verklaard, waarbij het griffierecht werd opgelegd.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.