ECLI:NL:CRVB:2007:BA2073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet-nodzakelijke voltijdse studie in strijd met WWB
Appellant, een alleenstaande bijstandsgerechtigde, volgde sinds september 2004 een voltijdse universitaire studie economie terwijl hij een bijstandsuitkering ontving. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam beëindigde de bijstand omdat de studie niet noodzakelijk zou zijn voor zijn toetreding tot de arbeidsmarkt en meer dan 19 uur per week in beslag nam, wat volgens een gemeentelijk werkvoorschrift strijdig zou zijn met de plicht tot arbeidsinschakeling.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het gemeentelijke werkvoorschrift in strijd is met de Wet werk en bijstand (WWB) en dat het besluit van het College daardoor op een ondeugdelijke motivering berust. De Raad stelt vast dat de WWB geen algemene uitsluitingsgrond kent voor het volgen van een studie van meer dan 19 uur per week en dat het College een nieuw besluit moet nemen.
De Raad bevestigt dat de studie niet noodzakelijk is voor arbeidsinschakeling en dat appellant onvoldoende aan zijn verplichtingen heeft voldaan, maar benadrukt dat het College bij de nieuwe beslissing rekening moet houden met de wettelijke kaders en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.