ECLI:NL:CRVB:2007:BA0584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering en oplegging boete wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving een bijstandsuitkering met een toeslag voor alleenstaanden. Het College stelde vast dat haar zoon in de periode van 1 april 2001 tot 1 april 2002 bij haar woonde, ondanks haar stelling dat hij elders woonde en dat zij het kostgeld aan hem terugbetaalde. De rechtbank oordeelde dat het bewijs, waaronder inschrijvingen bij derden en het bestedingspatroon van appellante, deze stelling niet ondersteunde.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en stelt vast dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden, wat leidde tot een te hoge bijstandsuitkering. Het College was daardoor bevoegd tot herziening en terugvordering van de teveel ontvangen bijstand.
Verder concludeert de Raad dat appellante verwijtbaar heeft gehandeld en dat het opleggen van een boete op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) terecht was. Nieuwe regelgeving na de boete oplegging biedt geen grond voor verlaging van de boete. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de bijstandsuitkering en boete worden bevestigd.