ECLI:NL:CRVB:2007:BA0273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-uitkering wegens verzwegen arbeidsinkomsten
Appellante ontving sinds 1980 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Het Uwv ontdekte in 2000 dat appellante al sinds 1983 inkomsten uit arbeid had, namelijk uit een praktijk als kinesiologe en handel in voedingssupplementen, welke zij niet had opgegeven.
Het Uwv schortte daarom de uitkering en stelde de mate van arbeidsongeschiktheid en uitkeringsbedragen over de jaren 1996 tot 2002 bij. Tevens werd een terugvordering van te veel betaalde uitkeringen ingesteld. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond, maar de Raad constateerde dat de rechtbank ten onrechte een nieuw besluit van het Uwv over de terugvordering niet had betrokken.
De Raad oordeelde dat het Uwv terecht de uitkering had geschorst en herzien op basis van de verzwegen inkomsten en dat de terugvordering van € 64.043,94 correct was vastgesteld. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De Raad vernietigde het besluit over de terugvordering voor zover dit onjuist was en stelde het juiste bedrag vast. Daarnaast veroordeelde de Raad het Uwv tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De Raad stelt het terugvorderingsbedrag vast op € 64.043,94 en veroordeelt het Uwv in de proceskosten.