ECLI:NL:CRVB:2007:BA0166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding vrij te laten vermogen
Appellant ontving langdurig bijstand en werd op grond van een belastingsignaal onderzocht door de gemeente Utrecht. Het College herzag en trok de bijstand in over twee perioden vanwege overschrijding van het vrij te laten vermogen, gebaseerd op banktegoeden op en/of-rekeningen waarvan appellant formeel beschikte.
De rechtbank vernietigde de besluiten wegens een deels onjuiste wettelijke grondslag, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep werd het besluit over de tweede periode herroepen door het College, waarna appellant het hoger beroep daarop introk. De Raad beoordeelde het besluit over de eerste periode en oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de tegoeden niet tot zijn vermogen behoorden.
De Raad stelde vast dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden en dat het College bevoegd was de bijstand terug te vorderen. Het hoger beroep werd afgewezen voor zover het het besluit van 6 mei 2005 betrof. Het College werd veroordeeld in de proceskosten van appellant voor het ingetrokken besluit.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en terugvordering van bijstand wegens overschrijding vrij te laten vermogen bevestigd.