ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en proceskostenvergoeding na vernietiging besluit UWV
Appellante ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35-45%. Het UWV herzag dit per 14 juli 2003 naar 25-35%, waarna appellante bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 19 september 2003 niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit van 27 mei 2004, waarbij het UWV onvoldoende had gemotiveerd. Vervolgens stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 55-65%.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het beroep tegen het besluit van 19 september 2003 gegrond had moeten worden verklaard en dat het UWV veroordeeld moet worden tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering. De Raad wijst andere schadevergoedingen af wegens onvoldoende specificatie of omdat deze betrekking hebben op proceskosten die niet als schade kwalificeren.
Verder vernietigt de Raad het deel van de uitspraak waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard en de proceskostenveroordeling werd vastgesteld. De Raad verhoogt de vergoeding van rechtsbijstand in eerste aanleg naar €644 en veroordeelt het UWV tot vergoeding van deze kosten en de proceskosten in hoger beroep. Kosten voor medische inlichtingen en het rapport van het Instituut Psychosofia worden niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, en het UWV veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.