ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7692
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum toekenning toeslag en verzoek tot terugkomen van besluit
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het bezwaar van betrokkene tegen het besluit tot afbouw van de toeslag gegrond verklaarde. Betrokkene ontving een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW), die vanaf 1 januari 2000 in drie jaar zou worden afgebouwd. Dit besluit was gebaseerd op artikel 4a TW en de Wet beperking export uitkeringen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de afbouw van de toeslag in strijd is met het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko. De Raad stelt dat de toeslag voor de periode na 1 januari 2003 met terugwerkende kracht moet worden toegekend, en dat voor de periode daarvoor het verzoek van betrokkene moet worden gezien als een verzoek tot terugkomen op het eerdere besluit. De Raad bevestigt dat het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast wijst de Raad het verzoek van betrokkene om toepassing van artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe, wat inhoudt dat wettelijke rente over de na te betalen toeslag moet worden vergoed. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling omdat geen kosten zijn gevorderd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 2 februari 2007.
Uitkomst: De Raad bevestigt vernietiging van het besluit en beveelt een nieuwe beslissing met correcte ingangsdatum en vergoeding van wettelijke rente.