ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5231
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CWI weigering inschrijving werkzoekende wegens verblijfstitel
Appellant, met de Kaapverdiaanse nationaliteit, vroeg op 6 mei 2004 bij het CWI te Rotterdam om inschrijving als werkzoekende. Dit verzoek werd geweigerd omdat hij geen geldige verblijfsvergunning kon tonen, wat volgens artikel 25 van Pro de Wet suwi vereist is.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond en oordeelde dat appellant niet tot de categorie behoorde die zich als werkzoekende mocht inschrijven. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel recht had op inschrijving en dat hij schade had geleden door de weigering.
De Raad stelde vast dat appellant achteraf met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning kreeg die hem recht gaf op inschrijving vanaf 3 juni 2004. Het besluit van het CWI was daardoor onjuist en diende te worden vernietigd. De Raad veroordeelde het CWI tot vergoeding van proceskosten en griffierecht en bepaalde dat het CWI opnieuw op de bezwaren moet beslissen.
Uitkomst: Het besluit van het CWI om appellant niet in te schrijven als werkzoekende wordt vernietigd en het CWI moet opnieuw beslissen.