ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum bijstandsuitkering en terugwerkende kracht onder WWB
Appellant heeft op 25 maart 2004 een bijstandsuitkering aangevraagd met ingang van 1 september 2003. Het College heeft de uitkering toegekend vanaf de datum van aanvraag, maar het verzoek om terugwerkende kracht werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn omvangrijke schuldenlast een eerdere bijstandsbehoefte aantoonde, en verzocht tevens om schadevergoeding.
De Raad overweegt dat sinds 1 januari 2004 de WWB van toepassing is en dat aanvragen na die datum, ook met terugwerkende kracht tot vóór 1 januari 2004, moeten worden beoordeeld op basis van artikelen 43 en 44 WWB. Indien de ingangsdatum vóór 1 januari 2004 wordt vastgesteld, geldt de materiële regeling van de toen geldende Abw. In dit geval is de aanvraag na 1 januari 2004 gedaan, zodat de WWB bepalingen van toepassing zijn.
De Raad bevestigt zijn vaste jurisprudentie dat bijstand in beginsel niet wordt verleend voor de datum van aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. De door appellant aangevoerde schuldenlast wordt niet als zodanig beschouwd. Gezien het ontbreken van bijzondere omstandigheden wordt het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de bijstand wordt toegekend vanaf de datum van aanvraag zonder terugwerkende kracht; de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen.