ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vrijstelling basispremie WAO 1998 wegens verjaring
Appellante heeft op 23 november 2004 een aanvraag ingediend voor korting of vrijstelling van de basispremie WAO over de jaren 1998 tot en met 2001 voor vier arbeidsgehandicapte werknemers. Het UWV wees de aanvraag voor het jaar 1998 af omdat deze niet binnen de wettelijke termijn van vijf jaar na het einde van het kalenderjaar van definitieve premievaststelling was ingediend.
Appellante voerde aan dat de vaststelling van de premie achterwege was gebleven, waardoor de verjaringstermijn niet was aangevangen, en dat het UWV de vrijstellingsregeling uit eigen beweging had moeten toepassen. De Raad oordeelde dat het UWV niet verplicht was dit uit eigen beweging te doen en dat de verjaringstermijn conform artikel 13 van Pro de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) wel was verstreken.
De Raad overwoog verder dat geen sprake was van bijzondere omstandigheden die een uitzondering op de verjaring rechtvaardigen, zoals onjuiste of onvolledige informatie die gerechtvaardigde verwachtingen zou hebben gewekt. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag tot vrijstelling van de basispremie WAO over 1998 is terecht afgewezen wegens verjaring.