ECLI:NL:CRVB:2007:BA1444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Uwv inzake korting en vrijstelling basispremie WAO over 1998
Appellante diende op 5 september 2005 een aanvraag in voor korting en vrijstelling op de basispremie WAO over het jaar 1998. Het Uwv wees deze aanvraag af op grond van artikel 13, derde lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV), omdat de aanvraag na de wettelijke termijn was ingediend. De rechtbank Zutphen bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat na 1 januari 2004 geen premievaststelling meer kon plaatsvinden over 1998.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de premie over 1998 pas in 2001 definitief was vastgesteld via een correctienota, en dat het Uwv een buitenwettelijk begunstigend beleid hanteerde waarbij aanvragen binnen vijf jaar na afrekening nota alsnog in behandeling worden genomen. De Raad overwoog dat de wettelijke termijn van vijf jaar na het einde van het kalenderjaar leidend is en dat de aanvraag van 2005 terecht werd afgewezen omdat deze na 1 januari 2004 was ingediend.
De Raad stelde vast dat het Uwv buitenwettelijk begunstigend beleid toepast, dat slechts terughoudend door de bestuursrechter wordt getoetst. Dit beleid was consistent en niet onredelijk toegepast. De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.