ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit bijzondere bijstand tandheelkundige kosten na ondeugdelijk GGD-advies
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de eigen bijdrage van een implantaat met brug in de rechteronderkaak. Het College wees dit af op basis van een GGD-advies dat de behandeling niet als goedkoopst adequate voorziening kwalificeerde. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het GGD-advies ondeugdelijk was en het College een nieuw advies moest inwinnen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelt dat het College het oorspronkelijke besluit baseerde op een onduidelijk medisch advies met een onjuiste vraagstelling. Het College moet nu een nieuw besluit op bezwaar nemen, niet een nieuw besluit op de aanvraag.
De Raad benadrukt dat de Ziekenfondswet als voorliggende voorziening geldt en bijzondere bijstand alleen kan worden toegekend als de gevraagde voorziening de goedkoopst adequate is. Het beleid van het College om in uitzonderlijke gevallen bijzondere bijstand te verlenen bij een positief GGD-advies wordt als buitenwettelijk begunstigend beschouwd en moet consistent worden toegepast.
Verder merkt de Raad op dat het College appellant opnieuw moet horen bij het nieuwe besluit. Het nader ingewonnen GGD-advies mag worden betrokken, maar het feit dat dit advies over de linkeronderkaak gaat terwijl de aanvraag de rechteronderkaak betreft, wekt verwarring.
De brief van het College met het nieuwe GGD-advies kan niet als een nieuw besluit worden aangemerkt maar wordt als aanvullend verweer meegenomen. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit en bepaalt dat het College een nieuw besluit op bezwaar moet nemen.