ECLI:NL:CRVB:2007:BB4523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor tandheelkundige kroon wegens onvoldoende noodzakelijkheid
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor tandartskosten, waaronder een kroon, waarvan een deel via haar ziektekostenverzekering was vergoed. Het Dagelijks bestuur vergoedde alleen de eigen bijdrage voor een periodieke controle en weigerde de overige kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de Ziekenfondswet een toereikende voorziening biedt en dat geen noodsituatie in de zin van de WWB was vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de rechtbank haar oordeel baseerde op een grondslag die het Dagelijks bestuur niet had aangevoerd, wat strijdig was met de Awb.
De Raad vernietigde daarom het vonnis en besloot de zaak zelf af te doen. Hij oordeelde dat het Dagelijks bestuur terecht bijzondere bijstand weigerde omdat de kosten van de kroon niet als noodzakelijke kosten van het bestaan konden worden aangemerkt. De verklaringen van de tandarts en kaakchirurg boden onvoldoende aanleiding tot een ander oordeel.
De Raad veroordeelde het Dagelijks bestuur tot betaling van de proceskosten van appellante en bepaalde dat het betaalde griffierecht werd vergoed. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en bijzondere bijstand voor de kroon wordt terecht geweigerd.