ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2419
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet voldoen aan inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen sinds maart 1999 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een anonieme melding over meerdere auto’s op naam van appellant, stelde het College een onderzoek in. Op basis van dit onderzoek trok het College bij besluit van 7 mei 2004 de bijstand met terugwerkende kracht per 1 januari 2002 in, omdat appellanten niet voldeden aan de wettelijke inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij geen inkomsten hadden uit hun werkzaamheden met auto’s, maar de Raad stelde vast dat het ging om op geld waardeerbare werkzaamheden. Door hierover geen informatie te verstrekken, schonden appellanten de inlichtingenverplichting.
De Raad oordeelde dat het College terecht het recht op bijstand niet kon vaststellen en bevoegd was de bijstand in te trekken. Er was geen reden om het besluit onredelijk te achten. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens niet voldoen aan de inlichtingenverplichting.