ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstandsuitkering wegens niet nagekomen inlichtingenplicht over werkzaamheden
Appellant ontving vanaf 1 februari 2004 een bijstandsuitkering. Naar aanleiding van een anonieme tip startte het College een onderzoek naar vermeerde werkzaamheden van appellant op een bouwplaats. Op basis van observaties en een gesprek werd de bijstand met ingang van 1 mei 2004 ingetrokken wegens niet nagekomen inlichtingenplicht.
Appellant voerde aan slechts toezicht te hebben gehouden en hand- en spandiensten te hebben verricht zonder betaling. De Raad acht deze werkzaamheden op geld waardeerbaar en relevant voor de WWB. Uit verklaringen en onderzoek bleek echter onvoldoende bewijs dat appellant deze werkzaamheden vanaf 1 mei 2004 heeft verricht.
De Raad oordeelt dat de intrekking van de bijstand over de periode van 1 mei tot 19 mei 2004 en vanaf 7 juni 2004 niet gerechtvaardigd is en herroept het besluit voor die perioden. Voor de periode van 19 mei tot 7 juni 2004 blijft de intrekking gehandhaafd. Het College wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt gedeeltelijk herroepen en gedeeltelijk gehandhaafd.