ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1955
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding terugvordering bijstandsschuld wegens te veel ontvangen uitkering
Appellant had een schuld wegens te veel ontvangen bijstand over de periode juli tot augustus 1996. Na aflossingen verzocht hij in 2003 om kwijtschelding van het resterende bedrag, wat door het College werd afgewezen. Het bezwaar werd eveneens ongegrond verklaard, waarna appellant in hoger beroep ging.
De Raad overwoog dat het College terecht het bezwaar ontvankelijk heeft verklaard en dat het toepasselijke recht de Wet werk en bijstand (WWB) is, die sinds 1 januari 2004 geldt. De Raad stelde vast dat het College het beleid toepast dat overeenkomt met de vroegere bepalingen van de Algemene bijstandswet (Abw), waarbij kwijtschelding alleen bij dringende redenen mogelijk is.
Appellant voerde aan dat zijn persoonlijke en financiële situatie dringende redenen vormde, maar de Raad oordeelde dat dit niet voldeed aan de hoge eisen van onaanvaardbare sociale of financiële consequenties. De Raad bevestigde het beleid van het College en concludeerde dat het besluit tot afwijzing van het verzoek tot kwijtschelding terecht is genomen. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en de proceskosten werden niet aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Verzoek tot kwijtschelding van bijstandsschuld wordt afgewezen wegens ontbreken van dringende redenen.