ECLI:NL:CRVB:2006:AY7697
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de toepassing van desinvesteringsbijtelling bij arbeidsinkomenskorting Waz
Betrokkene, een zelfstandig tuinder die sinds 1999 arbeidsongeschikt is, ontving een Waz-uitkering. Appellant, het UWV, hield bij de korting op de uitkering rekening met arbeidsinkomsten, waaronder een desinvesteringsbijtelling die verband houdt met investeringsaftrek en stakingswinst.
De rechtbank oordeelde dat de desinvesteringsbijtelling niet als arbeidsinkomen mocht worden meegeteld omdat deze tot de stakingswinst behoort. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat volgens de fiscale wetgeving een onderscheid bestaat tussen stakingswinst en desinvesteringsbijtelling, waardoor het terecht was deze bijtelling mee te nemen.
De Raad overwoog dat het maatmaninkomen is gebaseerd op de winst van de jaren voorafgaand aan arbeidsongeschiktheid, waarbij investeringsaftrek het inkomen verlaagde. De desinvesteringsbijtelling in het jaar van staking verhoogt het inkomen, wat leidt tot een onzuivere vergelijking en een dubbel negatief effect voor betrokkene.
Daarom oordeelde de Raad dat de desinvesteringsbijtelling niet volledig als arbeidsinkomen mag worden meegenomen bij de korting, en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de desinvesteringsbijtelling niet volledig als arbeidsinkomen mag worden meegenomen bij de korting op de Waz-uitkering.