ECLI:NL:CRVB:2006:AY6568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking aan scholing
Appellant ontving een WW-uitkering die door het UWV werd verlaagd wegens onvoldoende medewerking aan een scholingstraject. Het College wees een aanvraag tot bijstand af, waarna appellant in hoger beroep ging. De Raad stelt vast dat de verlaging van de bijstand op grond van de WWB niet correct is toegepast omdat het standaard-sanctieregime van de WWB zwaarder is dan dat van de Abw, waardoor de rechtszekerheid zich verzet tegen toepassing van de WWB-sanctie.
De Raad oordeelt dat de verlaging van de bijstand moet worden vastgesteld op 10% gedurende een maand, conform het standaard-sanctieregime van de Abw en het Maatregelenbesluit. Er zijn geen verzwarende omstandigheden die een langere of zwaardere maatregel rechtvaardigen. Tevens veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente wegens het onrechtmatig opgelegde besluit.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Maastricht wordt vernietigd, het beroep wordt gegrond verklaard en de verlaging van de bijstand wordt aangepast. De Raad bepaalt zelf de juiste sanctie en regelt de vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wordt vastgesteld op 10% gedurende een maand vanaf 27 oktober 2003.