ECLI:NL:CRVB:2006:AY5145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en betrokkenheid bij drugshandel
Appellanten ontvingen vanaf april 2002 een bijstandsuitkering. Naar aanleiding van een melding van sociale zekerheidsfraude over mogelijke drugshandel door appellant in 2003, blokkeerde de gemeente Venlo de uitkering en startte een onderzoek. Op grond van verklaringen van getuigen en het strafrechtelijk onderzoek werd vastgesteld dat appellant tussen januari en november 2003 meerdere keren drugs leverde en hiervoor aanzienlijke bedragen ontving.
De gemeente Venlo trok de bijstandsuitkering met ingang van 1 juni 2004 in vanwege schending van de inlichtingenplicht. Appellanten voerden bezwaar aan, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellanten in hoger beroep gingen.
De Raad stelde vast dat de intrekking formeel correct was en dat het College de bevoegdheid had om de bijstand in te trekken vanaf 1 juni 2004. Feiten uit de periode vóór deze datum konden worden betrokken bij de beoordeling van de materiële grondslag. Appellant ontkende betrokkenheid bij drugshandel, maar deed geen tegenbewijs. Appellanten voldeden niet aan hun bewijslast om aan te tonen dat zij recht op bijstand hadden.
De Raad concludeerde dat aan de voorwaarden voor intrekking was voldaan en dat het hoger beroep ongegrond was. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht en betrokkenheid bij drugshandel wordt bevestigd.