ECLI:NL:CRVB:2006:AY3912
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding fraudevordering bij bijstandsuitkering
Appellante heeft verzocht om kwijtschelding van een fraudevordering van ruim €27.987,33 die was vastgesteld wegens verzwegen inkomsten in de periode 1988-1992. De gemeente Apeldoorn had op grond van beleidsregels het verzoek afgewezen omdat niet was voldaan aan de strikte voorwaarden voor kwijtschelding, waaronder een aaneengesloten periode van vijf of tien jaar volledige aflossing.
De Raad stelde vast dat appellante niet voldeed aan de aflossingsverplichting zoals vereist in artikel 78c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene bijstandswet (Abw). Ook was er geen sprake van bijzondere individuele omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigden. De beleidsregels van het College, die sinds 6 februari 2004 van kracht zijn, verbieden kwijtschelding bij fraude tenzij zeer bijzondere omstandigheden aanwezig zijn.
De Raad verwierp het betoog van appellante dat zij op grond van het oude beleid mocht vertrouwen op kwijtschelding na 120 termijnen aflossing. De Raad oordeelde dat het College binnen zijn beleidsruimte handelde en dat het handelen niet in strijd was met het motiveringsbeginsel of het vertrouwensbeginsel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Zutphen bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de fraudevordering wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.