ECLI:NL:CRVB:2006:AY3611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen inkomsten uit handel
Appellanten ontvingen vanaf 1991 bijstand van de gemeente Helmond. Na een onderzoek van de sociale recherche bleek dat zij inkomsten uit handel en bezit van auto’s, caravans en een bankkluis hadden verzwegen. Het College schortte de bijstand op en trok deze in over de periode van 1 september 1997 tot 1 februari 2004, met terugvordering van € 91.172,51.
De rechtbank vernietigde het besluit gedeeltelijk wegens een onjuiste wettelijke grondslag, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte in stand. Appellanten gingen in hoger beroep tegen dit oordeel. De Raad oordeelde dat het College op grond van artikel 54, derde lid, van de WWB bevoegd was tot intrekking over de gehele periode en dat het College redelijk heeft gehandeld bij de belangenafweging.
De Raad stelde vast dat appellanten onvoldoende mededeling hadden gedaan over hun handelsactiviteiten en inkomsten, waardoor het College het recht op bijstand niet kon vaststellen. De Raad verwierp de stelling dat de activiteiten niet hoefden te worden gemeld vanwege geringe inkomsten. De Raad bevestigde dat het College terecht tot terugvordering kon overgaan en wees het verzoek om uitstel af wegens late indiening en ontbreken van opvolgend advocaat.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen inkomsten en wijst het hoger beroep af.